De zon hing laag boven de Nijl toen de vierjarige prins Amon lachend door het hoge gras rende. Een houten zwaard zwaaide in zijn kleine hand, terwijl hij zich een onoverwinnelijke krijger waande.
Plotseling verstomde het geluid van de vogels.
Het gras begon te bewegen.
Langzaam verscheen de kop van een enorme leeuw.
Amon verstijfde. Zijn houten zwaard voelde ineens belachelijk klein.
De leeuw zette een stap naar voren...
En achter hem verscheen nog iets.
Een jakhals.
Maar er klopte iets niet.
Zijn ogen leken bijna... menselijk.
Dit is nog maar het begin...
Reactie plaatsen
Reacties